In de hal van dit zorgcentrum kunnen op een platte kar post, kleding en andere benodigdheden voor de bewoners worden achter gelaten. De medewerkers zorgen dat alles bezorgd wordt. FOTO Leon Janssens
In de hal van dit zorgcentrum kunnen op een platte kar post, kleding en andere benodigdheden voor de bewoners worden achter gelaten. De medewerkers zorgen dat alles bezorgd wordt. FOTO Leon Janssens (Foto: Leon Janssens)

'Er komt helemaal niemand op bezoek en dat is wél akelig'

Als gevolg van coronavirus maatregelen wordt in verzorgingstehuizen en zorgcentra sinds twee weken geen bezoek voor de cliënten, de bewoners, toegelaten. Woont je vader of moeder, oma, opa, partner of kind daar, dan is het contact via telefoon, face-time, brief en postkaartje. Of van op afstand voor de woning van je dierbare. “Er komt helemaal niemand op bezoek en dat is wél akelig”, zegt de 100-jarige Mina Courtin-Vermeulen.

door Leon Janssens

ZEELAND - Het is stil op de weg, de anders drukke parkeerterreinen zijn op een tiental auto's na leeg. Er rijden weinig auto’s, en bijna alle interviews gaan per telefoon. Een gezellig bezoekje aan Mina Courtin-Vermeulen zit er niet in, maar Mina heeft een vlotte babbel, ook aan de telefoon. “Corona, ja, dat is toch zo. Daar verander je niks aan. Wel jammer van het bezoek. Anders kwamen er zowat elke dag kinderen, kleinkinderen langs. Nu krijg ik iedere dag kaartjes en leuke tekeningen van de achterkleinkinderen. Zo krijg je heel wat binnen. Ik denk ook wel eens ‘er zijn toch oude mensen die krijgen niks en dat vind ik zonde. Het zou zo leuk zijn om die ook een kaartje te sturen. Maar als je geen kinderen hebt en weinig familie, dan schiet dat erbij in.” De zorg hier is goed, als ze mij opbellen komen ze met de telefoon naar mij toe. Vroeger las ik dikke boeken, tegenwoordig de roddelblaadjes. Meestal zit ik in de huiskamer want ik heb graag mensen om me heen. Op Heinkenszand ben ik heel mijn leven caféhoudster geweest. Het lopen gaat wat minder maar met de rollator kan dat gelukkig nog. Als je zelf niet meer van je plaats komt, dat is niks. Vorige week met dat mooie weer heb ik 's middags buiten in het zonnetje gezeten. Vitamientjes opdoen”, lacht Mina. "Ik kijk naar het nieuws op de tv want ik wil toch alles weten, vooral over de corona. Het is een besmettelijke ziekte. Dat heb ik in 1930 al meegemaakt met difterie. Ik zat in de vierde klas en moest twee weken thuis in quarantaine blijven. Daarna nog eens zes weken thuis met ons grote gezin van twaalf. Een broertje van 7 jaar is toen gestorven. Een kind missen als moeder, ik heb het zelf ook meegemaakt, dat vergeet je nooit.”

In het zorgcentrum waar mevrouw Aaltje Paulusse-Priester woont, staat vanwege het coronavirus een platte kar in de hal waar boodschappen, post, benodigdheden en pakketjes voor de bewoners achter gelaten kunnen worden. Pal achter de toegangsdeuren is het afgezet. “Het gaat wel minder dan het was maar ik kan mezelf nog goed redden en ik kan nog lopen", zegt de hoogbejaarde Aaltje, die gisteren, 31 maart, 107 jaar werd. “Dat je zo oud wordt kun je je niet voorstellen. Ik blijf goed in contact met iedereen, alleen nu niet. Geen bezoek nu, terwijl de familie vaak kwam. Dat is jammer, maar het is nu eenmaal zo. Ze sturen leuke pakjes en telefoneren veel. Ik heb in mijn leven al meer moeilijke dagen meegemaakt, oorlog en watersnood. Mijn vader was molenaar en zijn molen is twee keer afgebrand. Na zijn overlijden was er nog een keer ernstige stormschade en moest mijn moeder heel de zaak draaiende houden. De verzorging hier is prima. Zelf lees ik graag en kijk ik tv. Ik kan alles nog goed volgen. Met corona moeten we de tijd maar afwachten, het is niet leuk om mee te maken. We hopen op verandering, we moeten er door. Het is niet anders.”

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden