Logo de-bevelander.nl


Portret van Frans Naerebout, geschilderd door Pieter Bourjé. Voor het eerst geëxposeerd in Museum Middelburg, 1817. Tegenwoordig te zien in het Muzeeum in Vlissingen.
Portret van Frans Naerebout, geschilderd door Pieter Bourjé. Voor het eerst geëxposeerd in Museum Middelburg, 1817. Tegenwoordig te zien in het Muzeeum in Vlissingen. (Foto: Archief)

De Goese jaren van Frans Naerebout

De naam van dit artikel was twaalf jaar geleden de titel van een expositie over Frans Naerebout in het Gemeentearchief van Goes. Samensteller Frank de Klerk schreef de bijbehorende tentoonstellingscatalogus.

GOES - Naerebout werd in Veere geboren op 30 augustus 1748, als zoon van een visser. Na één jaar verhuisden zijn ouders naar Vlissingen waar hij zijn jeugd doorbracht. Al vroeg hielp hij met broer Jacob zijn vader bij de garnalenvisserij. De Schelde met haar gevaarlijke zandbanken kende hij dan ook op z'n duimpje. Op zijn 26e trouwde hij met Catharina Spruijt met wie hij twee zoons en vier dochters kreeg. Naast het vissen ging hij steeds vaker schepen beloodsen. Als dertigjarige stond hij in Vlissingen bekend als een betrouwbare en bekwame loods. Landelijk werd hij bekend toen hij in juli 1776, samen met zijn broer en vier anderen tijdens twee lange reddingstochten, in totaal 87 opvarenden van het VOC schip "Woestduyn" veilig aan land bracht. De Vierde Engelse Oorlog zorgde ervoor dat handel opdroogde en waardoor weinig loodswerk voor hem overbleef.

Zijn erkenning en roem verdwenen en in 1808 verhuisde hij naar Goes. In Goes vond hij een baan als lantaarnopsteker van een nieuwe vuurbaak aan de Oosterschelde.

Tussen 1812 en 1814 kreeg hij een tweede betrekking: havenmeester van het Sas van Goes bij Wilhelminadorp. Zijn salaris stopte in 1816 toen bleek dat de nieuwe bewindhebbers van Goes verzuimd hadden de nodige gelden voor zijn post beschikbaar te stellen. Bij deze functie hoorde geen woning. Daarom huurde hij voor zijn vrouw en kinderen een woning. Tijdens zijn werk woonde hij in een armzalig hutje. Op het eind van zijn leven kreeg hij financieel eerherstel.

Een verzoekschrift aan koning Willem I werd beloond met een jaarlijkse toelage van 200 gulden per jaar en hij kreeg de titel "Broeder van den Nederlandsche Leeuw". Twee jaar na de dood van zijn vrouw, in 1816, keerde Naerebout niet terug van de vuurbaak. Na een zoektocht vond men hem bewusteloos aan de voet van de lantaarn. Enkele weken later stierf hij op 29 augustus 1818. Eén dag voor zijn 70ste verjaardag. Onder grote belangstelling werd hij begraven in de Magdalenakerk in Goes. Permanente erkenning kreeg hij na zijn dood: koning Willem III bepaalde dat er ten allen tijde een reddingsschip met zijn naam kwam; in 1919 kwam er een standbeeld in Vlissingen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog raakte dit zwaar beschadigd en in 1952 kwam het huidige standbeeld. Ten westen van het Goese Sas werd een monument in de vorm van een basaltblok op 9 november 2009 aan de Oosterscheldedijk onthuld.

1 reacties

Lees ook